Vakantie in het Reestdal Tol van Dickninge

De particuliere tol van Dickninge

dickingeHet landgoed Dickninge bij De Wijk is ongeveer vijfenzeventig ha groot. Het bestaat uit cultuurgronden en prachtige bossen, temidden waarvan het monumentale huis Dickninge, een boerderij en een prachtig gerestaureerde tuinmanswoning gelegen zijn. Aan de rand, vlak bij de Reest, bevindt zich nog een landelijk huisje. U kunt er heerlijk wandelen. Vooral in het voorjaar, als de stinsenflora (de holwortel en de bosanemoon) bloeit, is het een waar lustoord. De eigenaresse van al dit fraais, mevrouw A.A.Röell, woont (2000) wat afzijdig aan het eind van een landweggetje, dat vanaf het statig oprijzende huis in zuidwestelijke richting haar bezitting doorsnijdt. Daar, op de grens van het landgoed staat een kleine rustieke woning in het groen, waarvan de oorspronkelijke bestemming snel duidelijk is. Voor het huis verspert n.l. een goed onderhouden tolhek de weg, via een smalle opening opzij alleen doorgang verlenend aan fietsers en wandelaars.

De tol aan de grens van Dickninge is al heel oud. Voor de heren, de latere baronnen De Vos van Steenwijk, die sinds het einde van de achttiende eeuw Dickninge bewoonden, vormde hij een welkome bron van inkomsten. De weg tussen Staphorst en De Wijk voerde lange tijd over het landgoed en voerlieden uit de richting Hasselt op weg naar Groningen maakten er vaak gebruik van. Toen in de tweede helft van de negentiende eeuw de belangrijkste openbare wegen bestraat werden, verloor de weg over Dickninge zijn betekenis als doorgaande verbinding.

Op 25 februari 1948 werden de laatste drie tollen in Drenthe bij provinciaal besluit opgeheven. De particuliere tol van Dickninge bleef desondanks bestaan. De laatste tolgaarder, Jan Stapel, huurde het tolhuis en het recht van tolheffing van de baron en zette zijn bedrijf dus gewoon voort. De tijd van nauwkeurig vastgestelde tarieven was echter voorbij en Jan vroeg voor elk passerend voertuig vijf cent. Voetgangers en fietsers waren van tolbetaling vrijgesteld.

Verwonderd namen passerende automobilisten kennis van het feit, dat ze hier om verder te kunnen rijden een stuiver moesten betalen. Als Jan hen vertelde, dat ze voor een dubbeltje bij terugkomst gratis mochten passeren, betaalden ze meestal ook dat en ontdekten soms na weken verbaasd, dat de tolgaarder hen toch nog herkende. Thuisgekomen vertelden ze genietend, wat hen hier overkomen was en lokten zo weer andere passanten, die dit ouderwetse gedoe ook wel eens wilden beleven.

Jan Stapel was bepaald geen dienstklopper. Als hij en zijn vrouw eens een dagje van huis waren, stond de slagboom uitnodigend open. Het is wel eens voorgekomen, dat de jeugd van De Wijk van deze omstan­digheid misbruik maakte door zelf de verschuldigde stuivers te gaan innen. Die dan uiteraard in eigen zak verdwenen!

Toen in juni 1959 de laatste heer van Dickninge, Mr.Reint Hendrik Baron de Vos van Steenwijk overleed, liet hij het hele landgoed na aan zijn nicht, mevrouw A.A. Röell. Zij voelde er aanvankelijk niets voor zich hier te vestigen en zo kreeg het huis Dickninge een andere bestemming. Het werd een verpleeginrichting voor demente bejaarden.

Jan Stapel en zijn vrouw vertrokken in 1962 naar een verzorgingstehuis en mevrouw Röell liet het tolhuis opknappen en ging het als vakantiewoning gebruiken. Ze kwam er zo vaak, dat ze zich steeds meer tot het stille plekje aangetrokken ging voelen. In mei 1973 besloot ze er te komen wonen. Op proef! `Ik geef mezelf een jaar!', zei ze tegen haar kennissen en ze is nooit meer vertrokken. Ze raakte verknocht aan haar Dickninge. Hier, op het landgoed, had ze als kind vaak gelogeerd en hier had ze leren fietsen en zwemmen. Herinneringen en directe betrokkenheid gaven de doorslag.

Mevrouw Röell woont nog steeds in het voormalige tolhuis. In overleg met de Bosgrond, een vereniging van landeigenaren, beheert ze Dickninge. De bosgroep beschikt over geschoolde functionarissen, die zorgen voor 't onderhoud van de boombestanden en die adviezen geven. Het huis is inmiddels een appartementengebouw geworden, bewoond door particulieren.

En het tolhek? Dat heeft jaren opengestaan. Het verzakte en er reden veel toerende automobilisten achteloos aan voorbij. Vaak kwamen ze bij het tolhuis de weg vragen en dat waren niet altijd plezierige ontmoetingen.

Nu is het gesloten en er staat een verbodsbord. Het wordt alleen geopend door de boeren, die de landerijen komen bewerken. Soms zijn er toch nog wel automobilisten, die het op eigen gezag passeren en het landgoed oprijden. `Vooral Stappersters!', zegt men in de buurt, wat geërgerd en toch ook meewarig.

Verreweg de meesten laten gelukkig de auto staan en wandelen over het landweggetje naar de bossen van Dickninge. Na echter eerst stilgestaan te hebben bij het tolhuis en het tolhek. Samen vormen ze een uniek monument, pas achtendertig jaar geleden aan zijn oorspronkelijke bestemming onttrokken.

Route

Landgoed Dickninge (1811), Schiphorsterweg 42; De Wijk. Het tolhuis is niet te bezichtigen, wel de tuin met bijzondere flora.


1