Vakantie in het Reestdal Koekanger Roofmoord

Driedubbele Koekanger Roofmoord

koekangerroofmoordBij een kruising van zandwegen tussen het Koekanger veld en het Echtenerzand staat een grote eik. Dit is een plek des onheils. In de arbeiderswoning die hier stond werden in de nacht van 2 op 3 september van het jaar 1909 drie mensen op afschuwelijke manier vermoord.

De schapenboer werd gevonden met “doorgesneden hals”, zijn huishoudster gewurgd en de 21-jarige astmatische schapenhoeder doodgeslagen. Roof was waarschijnlijk het motief. De boer had 62 schapen verkocht en hiervoor 300 gulden ontvangen. Het geld had hij verstopt achter de haard waar het later is teruggevonden. De dader(s) van deze weerzinwekkende, drievoudige, roofmoord werd(en) nooit gevonden. In het boek “De Stilte van Koekange” van Max Dendermonde, beweert de schrijver dat hij en anderen weten, wie de drievoudige moord heeft gepleegd.

Zoals in die dagen de gewoonte was, werden ook van de moord in Koekange enige liederen gemaakt, die verkocht werden op kermissen en markten. We drukken hieronder een van die berijmingen af. De wijze was... „Wij leven vrij, wij leven blij”. Oude lezers en lezeressen zullen zich dit fraaie kunstwerk nog wel herinneren of misschien hebben ze er nog wel een exemplaar van.

0, Gruwelstuk
0, gruwelstuk, daar afgespeeld
Op Drenthe's grondgebied
Een afschuw klinkt uit ieder woord
Een drietal mensen zijn vermoord
0, gruwelstuk, zoo ongehoord
Als men het zelden hoort (bis)

't Was Hendrik Bakker, handelsman
In wolvee, best bekend
Zijn schapen had de man verkocht
Daarna zijn woning opgezocht
Het snoode plan was toen gewrocht
Zijn leven was verkocht (bis)

Zijn geld was drijfveer van zijn dood
Want diefstal is gepleegd
Hendrikje Biersma, o hoe snood
Die daag'lijks Bakker hulpe bood
Moest hem ook volgen in den dood
Toen 't eerste was gepleegd (bis)

Men vond, met afgesneden hals
Dit tweetal mensen dood
O moordenaar, waar is uw rust
Al is door 't geld uw ziel gesust
Eens zijt g' uw gruweldaad bewust
En is uw zielsangst groot (bis)

Een zestien jarig knaapje nog
Jan Winters, nam de vlucht
Doch, 't beulenwerk nog niet volbracht
Ook die knaap moest nog omgebracht
O beul, of beulen wat u wacht
Uw rust nam ook de vlucht (bis)

Zoo viel door snoodaards handen dan
Een zestig jarig man
En in die kracht van 't leven viel
Zijn Huishoudster, die trouwe ziel
En Jan die ook aan d' aard ontviel
Die 't niet uitbrengen kan (bis)

Doch eenmaal staat dit gruwelstuk
Hun helder voor den geest
Als dat ontwaakt, wat schijnbaar slaapt
Als hun die doodwond tegen gaapt
Als 't moordtoneel beneemt hun slaap
Voor eigen schaduw vreest (bis)

Koekange, Drenthe's grondgebied
Die vreselijke moord
Zij spoorslag voor uw waakzaamheid
Blijft van die gruwelen bevrijd
Opdat steeds klinke wijd en zijd
't Wordt nimmermeer gehoord (bis)

Route

De knoestige eik tussen het Koekanger veld en het Echtenerzand ligt in het natuurgebied van Staatsbosbeheer, aan de rand van het Koekangerveld. Aan het eind van de Bosweg gaat deze over in een keienweg (bij een parkeerplaats). De keienweg, die geflankeerd wordt door majestueuze beuken, loopt dwars door het natuurgebied. Bij de tweede brede zandweg, rechtsaf, tussen twee keistenen door die gemarkeerd zijn met de nummers 10 en 12. Na circa 60 meter staat links van de zandweg, iets naar voren, de eikenboom. Deze boom moet op het erf van de arbeiderswoning gestaan hebben. (Wanneer u de keienweg verder uitloopt, komt u uit bij de uitkijktoren van Echten.)


1