Vakantie in het Reestdal Moord Mina Koes

Moord op Mina Koes

Mina Koes, geboren in 1849 als dochter van Jannes Koes en Grietje Mandemaker, was in haar jonge jaren als dienstmeid bij Willem Pasop op Linde. Als knecht diende daar de even oude Remmelt van der Hulst. Remmelt was verliefd op Mina, maar zij beantwoordde zijn `liefde' niet. Zij hoopte nog eens een boerenzoon te kunnen trouwen. Op 30 juli 1875 trouwde Remmelt van der Hulst met Hendrikje Alfing en vestigde hij zich aan de Langewijk in Dedemsvaart. Mina Koes vond haar boerenzoon niet. Ze bleef boerenmeid, eerst bij Willem Pasop en later bij Frens Everts Nolde op Schottershuizen.
De zondag voor Pinksteren, 30 mei 1881, toen zij 31 jaar was, zou zij doorbrengen bij haar ouders in De Tippe. Langs een heidepad door het Schotter- en Linderveld wandelde ze naar haar ouderlijk huis. Ze had een bedrag van 34 stuivers bij zich, om aan haar vader en moeder te geven. Ter hoogte van een veenplas ontmoette ze Remmelt van der Hulst. Deze was voor de zoveelste keer werkeloos en had zich de zaterdagavond tevoren in Hoogeveen bedronken. Hij vroeg Mina om geld. Toen zij weigerde, stak hij haar met een mes in de hals en beroofde haar van haar kousen en schoenen, van haar geld en van de gouden kroontjes aan haar oorijzer. Vader en moeder Koes wachtten die zondag vergeefs op hun dochter.

De volgende morgen werd het lijk van Mina Koes gevonden door de landbouwers Jan Pater, Jan Batterink en Roelof Nolde. Burgemeester Pottinga liet zich met een rijtuig naar het Schotterveld rijden, om persoonlijk de zaak in ogenschouw te nemen. Een boer van Schottershuizen, Jan van Goor, die in de volksmond Jan van Putten werd genoemd, kwam met paard en wagen aanrijden, om heideplaggen te halen. Hij was bereid, om het lichaam van het vermoorde meisje op zijn wagen naar het huis van haar ouders te brengen. Tientallen jaren later was het ingedroogde bloed van Mina Koes nog als zwartbruine vlekken te zien op de `wagenledders'.

Brigadier Endendijk uit Hoogeveen en veldwachter Lambers uit Zuidwolde hadden het onderzoek. Naar aanleiding van geruchten werd Willem Venema (die Willem Stevens werd genoemd) uit Kerkenveld aangehouden. Iedere zondag ging hij naar de kerk in Zuidwolde. Op de zondag van de moord was hij niet in de kerk geweest, maar had een wandeling gemaakt naar Vuileriete. Hij bleef ontkennen en werd weer vrijgelaten. Het volk vertrouwde hem echter niet. Schoolkinderen riepen hem zelfs na, als hij op straat liep: `Pas op, moordenaar van Mina Koes'. Zolang de werkelijke dader niet gepakt was, bleef hij in de ogen van het volk de dader van de roofmoord.

Volgens de dorpszede moest hij voortaan iedere zondag in de kerk op het zondaarsbankje onder de preekstoel zitten. Zo sterk was deze dwang van de gemeenschap, dat hij zich daaraan niet durfde onttrekken, door voorgoed uit de kerk weg te blijven. Dit harde volksgebruik werd gehandhaafd om een eventuele dader steeds voor ogen te houden, dat voor de Hoogste Rechter geen bewijs of bekentenis nodig is. Het is zelfs bij benadering niet te zeggen, in wat voor hel deze man en zijn gezin meer dan twee jaar hebben moeten leven.
De vrouw van Remmelt van der Hulst verdacht van het begin af aan al haar man als dader van de moord. Pas na twee jaar en vier maanden was zij het die haar man 'aan -bracht'. Remmelt bleef ontkennen. Het was de vrouw van het gemeenteraadslid Harm Leverts Steenbergen op Schottershuizen, die Remmelt tot een bekentenis bracht, door op zijn gemoed te werken. Remmelt had namelijk ook bij Steenbergen nog korte tijd als knecht gediend.

Hij werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenis en zat zijn straf uit tot 1904. Zijn vrouw had zich intussen laten scheiden en was weer hertrouwd. Niemand wilde meer iets met de brute moordenaar te maken hebben. Toen het bekend werd, dat hij zou wor­den vrijgelaten, sloten de mensen in heel zuid-Drenthe en noord-Overijssel de deuren en de blinden 's avonds extra goed. Zo zat de schrik er voor hem in. Iedereen schuwde hem of was bang voor hem. Hij pleegde diefstallen, om maar weer in de gevangenis te komen. Daar vond hij steeds weer een betrekkelijke rust. Na een veediefstal in Coevorden en een celstraf daarvoor van vier jaar leidde hij opnieuw het leven van een verschoppeling. In de nacht van 15 op 16 november 1916 vroor hij dood in een tochti­ge schuilhut aan de kant van een wijk in Vriezenveen. Hij was toen 67 jaar.

minakoes1Een van de jongens, die Mina Koes goed had gekend, Piet van Goor, sloeg met een beitel de letters 'M.K. - R. v.d. H.' en het jaartal 1881 in een veldkei. Dit eenvoudige monument was tachtig jaar later in het Schotterveld nog aanwezig als een herinnering aan de moord. De veenkuil waarbij de moord is gepleegd, heet sindsdien de Moordplas.

Jan Coenraads Guichelaar, een vroegere beurtschipper uit Kerkenveld, die door iedereen jan Coenraads werd genoemd, maakte op deze moord een lied. Dit lied van de moord op Mina Koes werd jarenlang veel gezongen. Het werd gezongen langs de straat, door soldaten in de kazerne, door kinderen op weg naar school en door huis vrouwen en dienstmeisjes onder het werk.

Het verhaal gaat, dat jonge paarden nog steeds schichtig worden, als zij de plek naderen waar Mina is vermoord.

In 1988 publiceerde de historicus Girbe Buist bij de Stichting Het Drentse Boek de studie 'Mina Koes, een moord in varianten'. Daarin vergeleek hij de schriftelijke vast legging van de moord met de mondelinge overlevering. Hij laat zien, hoe deze misdaad na een eeuw tot sagevorming heeft geleid, waarbij de feiten worden gecombi­ neerd met eigen versies die vaak samen hangen met de persoonlijke omstandigheden van de vertellers.

Route

De steen bij Het Zwarte Gat ligt aan een pad in een langgerekt bosperceeltje, ten zuiden van Het Zwarte Gat. Het pad is onderdeel van een knapzakroute. Vanaf Zuidwolde rijdt u via de Oosterweg richting Alteveer en Kerkenveld. U steekt de N48 over en neemt de eerstvolgende weg naar rechts = De Egge. Bij de kruising voor het Zwarte Gat gaat deze over in een zandweg. Hier slaat u linksaf = Zuideresweg. Op de kruising met de waterloop gaat u rechtsaf, over het schouwpad langs de rechteroever. Na circa 200 meter na de stuw steekt u via de dam de waterloop over en direct rechtsaf de linker oever volgen. Bij de bosstrook linksaf. Wanneer u dit kronkelpaadje volgt, passeert u de gedenksteen.


1